Hoe gebruik je AnniBAt vleermuizenmest poeder

Bij normale grond waarin elk jaar opnieuw wordt geplant, AnniBAT vleermuizenmest uitspreiden voor het zaaien of planten. Tevens na het ploegen van de bodem.

Gemiddeld 40 gram vleermuizenmest per vierkante meter (40 kg tot 1 hectare). Na het toepassen de grond eventueel weer omploegen en bewateren.

Na het planten van nieuwe groenten en fruit, kunt u de grond eenmaal met in water opgeloste vleermuizenmest bewaterd. De verhouding van 1:25 (1 kg meststof verdund in 25 liter water).

Gebruikt u AnniBAT vleermuizenmest dan is het gebruik van andere kunstmatige of natuurlijke meststoffen niet nodig.

 

AANBEVOLEN GEBRUIK BIJ DE TEELT VAN GROENTE EN FRUIT

Voor het poten van groentestekjes strooit u 30 - 40 g vleermuizenmest in de pootgaten en daarna poot u de stekjes. Het plantgat wordt met aarde bedekt en bevloeid. 7 - 8 dagen later doet u 1 kg vleermuizenmest in 40 liter water en dit laat u 3 - 4 dagen staan. Roer het mengsel voor gebruik om. Gebruik hiervan 400 - 500 cc per stek. Deze mestgift kan om de 7-8 dagen en tot aan de oogst herhaald worden. Als er een druppelsysteem wordt gebruikt adviseren we het mengsel eerst te zeven.

AANBEVOLEN GEBRUIK BIJ BOMEN EN PAS GEPLANTE BOOMSTEKKEN

Voor het poten van boomstekjes strooit u 100 - 150 g vleermuizenmest in de pootgaten en daarna plant u de stekjes. Bij oudere bomen wordt bij het invallen van de herfst de grond rond de stam, onder het bladerdak, 10 - 15 cm diep omgespit. In deze cirkel strooit u de vleermuizenmest. Daarna bedekt u het behandelde gedeelte met aarde en bevloeit u het. Daarbij rekent u voor elk jaar leeftijd van de boom 100 - 150 g vleermuizenmest. In het voorjaar kan, bij het uitlopen van de boom, per jaar leeftijd van de boom 100 - 120 g vleermuizenmest met een verhouding van 1:40 in water worden opgelost en met tussenpozen van 20 - 25 dagen 2 - 3 keer gegeven worden.

AANBEVOLEN GEBRUIK BIJ POT- EN TUINPLANTEN

Meng in een pot 100 g vleermuizenmest met 5 liter turf of geschikte aarde. Vervolgens kan de potplant daarin geplant worden. 25 - 30 dagen na het poten lost u een koffielepel vleermuizenmest op in een glas water en giet u dit op de wortels van de plant. Bij tuinplanten kan de verhouding verhoogd worden, afhankelijk van de grootte van de plant.

AANBEVOLEN GEBRUIK VOOR GAZONS

Nieuw ingezaaide gazons

Het met gras in te zaaien stuk grond wordt eerst zoals gebruikelijk voorbereid. De grond wordt gelucht en ongeveer 4 vingers breed afgegraven. Gebruik 100 g vleermuizenmest per vierkante meter.

AnniBAT vleermuizenmest wordt gemengd met het graszaad en gelijkmatig uitgestrooid. Vervolgens wordt de afgegraven aarde op het mengsel van zaden en mest gestrooid en voor de eerste keer besproeid. Een week daarna wordt er opnieuw gesproeid. Daarvoor wordt per vierkante meter 100 - 150 g vleermuizenmest met een verhouding 1:20 in water opgelost. Deze mestgift in water wordt tweemaal wekelijks herhaald.

Vlak na het eerste maaien wordt nog eenmaal opgeloste vleermuizenmest gegeven in de watergift. Daarna geeft u na elke keer maaien een opgeloste vleermuizenmestgift in een verhouding van 50 cc per vierkante meter bij het geven van water.

Slechte plekken herstellen heel snel.

Reeds beplante ongezonde delen van het gazon

Bij al bestaande gazons kan vleermuizenmest worden gebruikt voor het herstellen van slechte plekken, voor zover het grasveld nog niet helemaal of bijna verdroogd is. Hiervoor is, naast de vleermuizenmest, een afdekking nodig, bijvoorbeeld een dekzeil dat geen zon doorlaat, zo groot als de te herstellen plekken (bij voorkeur zwart). Op de delen met beschadigd gazon brengt u eerst 100 - 150 g vleermuizenmest per vierkante meter aan. Het is belangrijk de mest gelijkmatig te verspreiden. Vervolgens wordt het behandelde gedeelte met schoon water besproeid en afgedekt met een nylon zeil dat geen zon doorlaat. Het nylon zeil wordt voor het dagelijkse besproeien weggenomen en na het besproeien weer teruggelegd. Na een week verwijdert u het zeil en sproeit u met water met vleermuizenmest, met een verhouding mest-water van 1:20. Gebruik daarvoor per vierkante meter 100 - 150 cc. Deze gift wordt een week lang herhaald. Op het einde van deze behandeling zult u met uw eigen ogen zien dat uw grasveld gezond groeit. Na het eerste grasmaaien wordt dit vleermuizenmest-water-mengsel nog eenmaal aangebracht. Vervolgens geeft u het gazon na elke keer grasmaaien een vleermuizenmest-water-mengsel met een verhouding 1:40, waarbij u per vierkante meter 50 cc aanhoudt.

Een al groeiend gezond gazon

Bij al volgroeide gezonde gazons is het voldoende om eenmaal per week 3 of 4 weken lang een vleermuizenmest-water-mengsel met een verhouding van 1:40 bij 100 cc per vierkante meter te geven.

GEBRUIK TABEL

Bij normale grond die elk jaar wordt beplant wordt de vleermuismest voor het zaaien resp. het beplanten en na het ploegen of omzetten van de grond uitgestrooid, met gemiddeld 40 gram per vierkante meter (40 kg per 10 are). Daarna wordt de grond nogmaals geploegd of omgezet en bevloeid.

Na het omzetten van de grond wordt de vleermuizenmest, afhankelijk van de toestand van de grond, als volgt gebruikt:

FRUIT - GROENTE - KNOLGEWASSEN

40 KG

1000 m2

GRANEN - KATOEN - ZONNEBLOEMEN – ZAADDRAGENDE PLANTEN

40 KG

1000 m2

ELK JAAR BEPLANTE HUMUSHOUDENDE GROND

25 KG

1000 m2

Na het opnieuw beplanten met groente en fruit wordt de grond eenmaal bevloeid met 1:25 in water opgeloste vleermuizenmest (1 kg vleermuizenmest opgelost in 25 liter water). Het gebruik van kunstmatige of andere natuurlijke meststoffen of hormonen is niet nodig.

PLANT

VOOR HET PLANTEN

NA HET PLANTEN

Knolgewassen

(aardappelen, uien, wortelen, selderij etc.)

In het zaaibed wordt 25 kg per 1000 m2  gestrooid.

Vleermuizenmest 1:50 (1 kg op 50 l water) wordt verdund op de bladeren gesproeid.

Na 15 - 20 dagen wordt 1:50 verdunde vleermuizenmest (1 kg op 50 l water) op de wortels van de planten aangebracht, ongeveer 150 tot 200 ml per plant.

Granen en andere veldgewassen

(katoen, gerst, tarwe, haver, maïs, zonnebloemen etc.)

In het zaaibed wordt 25 kg per 1000 m2  gestrooid.

Als de planten een uitgespreide hand hoog zijn wordt 1:50 verdunde vleermuizenmest (1 kg op 50 l water) met een rugspuit op de bladeren aangebracht. Deze procedure wordt na 3 weken herhaald.

Als de planten 40 cm hoog zijn wordt er daarnaast 2 maal, met een tussenpoos van een week, 1:50 verdunde vleermuizenmest op de wortels van de planten aangebracht.

Veldgroenten

(tomaten, paprika, aubergines, komkommer, bonen, soja, okra, kikkererwten, prei, artisjokken, bloemkool, tuinbonen etc.)

In de plantenrijen wordt 40 kg per 1000 m2  gestrooid of wordt er bij het planten 30 – 40 g in de pootgaten gestrooid.

Als de plant zo groot is geworden als een pootplant/stek wordt er eenmaal besproeid met een oplossing 1:40.

Voor de bloei wordt er bij een bewateringssysteem 50 l verdunning 1:40 op 1000 m2  gebruikt. Bij het begin van de vruchtvorming wordt eenmaal per week 10 l verdunning 1:40 gebruikt.

Boomgaard

Voordat de pootplanten/stekken worden geplant strooit u 100 – 120 g in de plantgaten.

Bij reeds geplante bomen wordt, voor de regentijd, tijdens het omspitten van de grond, mest gestrooid en door het omspitten met de grond gemengd. De hoeveelheid mest is 100 g per jaar leeftijd van de boom.

Wijngaarden

Voordat de stekken in de wijngaard geplant worden strooit u 80 – 100 g in de pootgaten.

Bij het snoeien geeft u rond elke wijnstok bij het omspitten 200 g mestpoeder. De mest wordt bij het omspitten goed met de grond gemengd.

In de tijd van het uitlopen wordt de mest vermengd met de watergift, 1:40 verdund, één keer per week.

Bloemen en gazons

 

In de voor het planten van bloemen bedoelde bedden wordt 100 g mest gestrooid. Daarop wordt aarde gestrooid en de bloemen worden geplant.

Bij het inzaaien van gras wordt op de geprepareerde grond 500 g mest per m² gemengd met gazongraszaad en uitgezaaid. 1 week na het zaaien wordt 500 ml mestoplossing van 1:10 per m² gebruikt bij het geven van water.

Dit wordt voortgezet tot de eerste keer grasmaaien, vervolgens wordt de hoeveelheid mestoplossing gehalveerd en verder gebruikt.

 

OPSLAGVOORWAARDEN

  • Bewaren op een koele en droge plaats onder normale omstandigheden in de originele verpakking
  • Het product niet blootstellen aan direct zonlicht
  • De opslagtemperatuur moet tussen +5 en +30 °C liggen

WAARSCHUWINGEN

  • Buiten het bereik houden van kinderen en voedingswaren
  • Enkel gebruiken waar nodig en met de aangeduide hoeveelheid
  • Tijdens gebruik een masker, handschoenen en bril dragen
  • Vermijd rechtstreeks contact met ogen, gezicht en huid. Bij contact grondig uitspoelen met veel water
  • Lege verpakkingen niet voor andere doeleinden gebruiken