FAQ

De vleermuizenmest is na opening nog 12 maanden te gebruiken.

Dit geldt voor zowel de vloeibare als de poeder vorm.

Bewaren op een koele en droge plaats onder normale omstandigheden in de originele verpakking

Het product niet blootstellen aan direct zonlicht

De opslagtemperatuur moet tussen +5 en +30 °C liggen

Door temperatuur daling kan de vloeibare vleermuizenmest indikken. Dit kan geen kwaad voor de werking.

De vleermuizenmest is weer vloeibaar te krijgen door de pot even in een bak te zetten en heet/gekookt water in de bak te doen, zodat de buitenkant van de verpakking warm wordt.

Na ongeveer 5 minuten de pot schudden en de vleermuizenmest is weer vloeibaar en kunt u het weer volgens schema gebruiken.

Wij wijzen u erop dat de vloeibare vleermuizenmest altijd vermengt moet worden met water, alvorens u het middel toediend.

Nematoda (rondwormen)  zijn een grote groep (stam) van zeer algemeen voorkomende wormen. Er zijn meer dan 25.000 beschreven soorten. Ook de aaltjes behoren tot de nematoden. In Nederland zijn er zo'n 1200 soorten aaltjes. De meesten hiervan zijn niet schadelijk en worden zelfs ingezet in de bestrijding van de schadelijke aaltjes, zo'n 100 soorten. Aaltjes worden ingezet bij de bestrijding van engerlingen, larven taxuskever, bodeminsecten en naaktslakken. Een nematide is een bestrijdingsmiddel tegen schadelijke dieren die in de bodem voorkomen. AnniBAT vleermuizenmest werkt op een natuurlijke manier als bestrijdingsmiddel tegen deze schadelijke dieren. 

Fungiciden zijn chemische bestrijdingsmiddelen die worden ingezet om ziekten te bestrijden die door schimmels worden veroorzaakt. AnniBAT vleermuizenmest werkt ook hier op een natuurlijke wijze als een fungicide, zonder dat dit een chemische samenstelling heeft.

Wat is humus

Humus is de bovenste laag van de bodem en is erg vruchtbaar. Het lijkt op compost, maar is verder verteerd dan compost. Doordat humus een verzameling van verschillende organische stoffen is wordt ook wel de verzamelnaam humus substanties gebruikt. Humus komt natuurlijk in het milieu voor in zowel de bodem (modder/turf, bruine kool, sedimenten) als in het water. De vorming van humus substanties gebeurd door de biodegradatie van dood organisch materiaal (planten en dieren resten), een proces dat humificatie wordt genoemd. Het is een proces dat zeer langzaam gaat, veel langzamer dan bijvoorbeeld de afbraak van planten en dierenresten waarbij compost wordt gevormd. Het duurt minimaal 6-12 maanden om een humusachtige substantie als compost te maken, maar in de natuur duurt de vorming van een humuslaag veel langer. Een humuslaag kan wel eeuwen oud zijn. Een vuistregel over de kwaliteit is: hoe ouder hoe beter.

Humus substanties worden gekenmerkt door een hoog moleculair gewicht en de kleur die kan uiteenlopen van geel tot zwart. Humus substanties zijn de meest voorkomende organische macromoleculen in de natuur en hebben een hoog koolstofgehalte. Ze zijn een belangrijk onderdeel in de bodem, omdat ze een effect hebben op de fysische en chemische eigenschappen van de bodem en ze vruchtbaarheid van de grond verbeteren.Het positief beïnvloeden van de bodem kan onder andere zorgen voor grotere wortelvorming, verhoogde opname van voedingsstoffen en gezonder uitziende grassen en planten. Humus en fulvinezuur zijn een belangrijke eerste stap voor het toevoegen van duurzaamheid aan de bodem.

Een vuistregel om de kwaliteit van humuszuur te beoordelen:​Hoe donkerder van kleur, hoe meer mineralen het aan zich bindt. Donkerder duidt dus op rijkdom.

Ieder mens krijgt fulvine- en humuszuur binnen via het voedsel. Maar door het gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en ouderdom van landbouwgronden, wordt de humuslaag langzamerhand onttrokken van de bodem. Hierdoor krijgt de mens minder fulvine- en humuszuur binnen op natuurlijke wijze. Uit onderzoeken bij mensen en dieren blijkt dat humine- en fulvinezuren waarschijnlijk de brug vormt voor de juiste werking van vitaminen en mineralen. 

Effecten humus- en fulvinezuren

Er wordt momenteel meerdere onderzoeken gedaan naar het belang van humine- en fulvinezuren op de landbouwgronden en de effecten ervan op het voedsel en de werking bij mensen en dieren. Tot nu toe weten we de volgende effecten vanuit diverse onderzoeken.

Effect op de bodem:

  • Het bindt voedingsstoffen uit de bodem
  • Het verbeterd de opname van voedingsstoffen uit de bodem (fosfor, zwavel en koolstofdioxide)
  • Het verminderd de behoefte aan koolstofdioxide
  • Het stimuleert de biologische activiteit
  • Het lost mineralen op
  • Het verbeterd de bodem structuur 

Effecten van humus- en fulvinezuur op planten: 

  • Versnelt en vergroot de groei van planten
  • De stikstof- en voedingsstofopname wordt vergroot. Hierdoor wordt de stofwisseling bevorderd en zal een plant sneller groeien.
  • Vermindert de kans op ziektes
  • Humuszuur zorgt voor een stabiele bodem. De plant groeit op in betere omstandigheden en is daardoor meer weerbaar tegen ziektes. 

Algemene effecten van humussubstanties bij mensen en dieren

  • Onstekingsremming en pijnstilling
  • Bevordering darmgezondheid, zowek bij prikkelbare darm als ontstekingen
  • Immuunstimulering
  • Herstel brandwonden en wonden
  • Stimulering mitochondriën, waardoor de energie verbetert
  • Reductie nitrosatieve stress (=ontsporing stikstofmonoxide)
  • Ontzuring
  • Reductie van het aantal bacteriën, virussen en parasieten bij dieren
  • Chelatie (=chemische binding) van zware metalen, landbouwgiften en andere toxines
  • Verlichting exceem en jeuk

 

1. Hoofdelementen:

Stikstof (N): voor de plantengroei stengels en bladeren, bladgroen en de vorming van eiwitten

Fosfaat (P): voor de wortelontwikkeling, bevordert de bloei, zaadvorming en afrijping en bevordert de knolvorming en houdbaarheid

Kali (K): voor de sapstroom door de plant, aanmaak suikers en stevigheid, voor de bloei en vruchtvorming, verhoogt de weerstand tegen ziekten

Magnesium (Mg): voor aanmaak bladgroen wat nodig is voor de fotosynthese (opname zonlicht en omzetting van licht in energie)

Zwavel (S): voor de vorming van eiwitten en intern transport

Calcium (Ca): voor neutralisator van zuren, de waterhuishouding en stevigheid celwand, bevordert de opname van voedingstoffen en verbetert de bodem structuur

2. Sporenelementen:

IJzer (Fe): bladgroen, eiwitten en koolhydraten

Mangaan (Mn): celdeling, stofwisseling

Koper (Cu): huidmondjes, actvering enzymen

Molybdeen (Mo): opneembaarheid voeding

Borium (B): waterhuishouding in de cellen en transport

Zink (Zn): vorming groeistoffen zoals Auxine en Cytokine

Sporenelementen werken al in heel kleine hoeveelheden (sporen) als zij door de planten worden opgenomen. Deze dienen voor weerstand en ziektewerend vermogen, optimalisatie van de stofwisseling in de plant en het hormonentransport door de plant.

Uiteindelijk profiteert uw tuin en de daarin groeiende gewassen het meest van organische meststoffen. Hiermee voedt u de bodem en het bodemleven en daardoor de plant. Er ontstaat een betere bodemstructuur.

Bij het gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen kunnen de micro-organismen en de bodemkringloop niet goed functioneren. Het gevolg laat zich raden: verslechtering van de bodemstructuur, vermindering van opname- capaciteit van de planten en een verminderde weerstand. Tevens kan er minder zuurstof in de bodem doordringen en kan er een anaeroob omzetting proces (rotting) ontstaan. Hierdoor sterven plantenwortels af. Als reactie op de slechte groei geeft men vaak nog wat extra kunstmest om groei te stimuleren, waarmee echter een averechts effect wordt bereikt. We komen in een negatieve groeispiraal terecht. Om dit te keren dienen we de structuur te verbeteren, micro-organismen te enten en organisch te gaan bemesten.

Vanaf deze start kan er weer een positieve groeispiraal ontstaan en de plant weer tot volledig wasdom komen en een grasmat zich perfect ontwikkelen.

Ook bij nieuwe gronden, vaak in nieuwbouw wijken zien we veel zogenoemde -dode gronden- Het betreft grond die uitgegraven is voor het fundatie werk en later als toplaag weer teruggebracht rond het huis. Omdat deze uit de diepere lagen komt is er nauwelijks tot geen zuurstof geweest en is er geen actief bodemleven. Hierdoor is er sprake van slechte structuur en willen planten niet goed groeien.

Soorten meststoffen

  1. Minerale = kunstmeststoffen
  2. Gecoate kunstmeststoffen
  3. Organisch minerale meststoffen
  4. Organische meststoffen

1 Kunstmeststoffen

 Kunstmeststof worden op kunstmatige wijze gemaakt. Het is snel oplosbaar, hierdoor komen de voedingselementen na korte tijd al vrij. Probleem is dat deze voedingsstoffen dan niet altijd in de juiste verhoudingen voor de plant beschikbaar komen en er een ‘geforceerde’ opname plaats vindt. Het gevolg is een ongecontroleerde groei. De plant groeit te snel en wordt hierdoor eerder vatbaar voor ziektes en plagen.

Daarnaast bestaan kunstmeststoffen uit zouten. Schimmels en mycorrhiza in de bodem kunnen slecht tegen zouten. Schimmels worden aangetast en kunnen hun werk in de bodem minder goed doen en de grond kan dan niet optimaal voeding aan de wortels geven. Bij gebruik bij zonnig weer kunnen de planten en gras verbranden door de aanwezige zouten.

2 Gecoate kunstmeststoffen

Ook gecoate meststoffen bestaan uit kunstmest. Bij een gecoate meststof is er een laagje omheen gemaakt waardoor de meststof langzamer vrij komt en de groei van de plant beter gereguleerd wordt. Wel komen er nog zouten in de bodem en wordt het bodemleven niet gestimuleerd.

3 Organische minerale meststoffen

Een meststof mag organisch genoemd worden wanneer deze voor 60% uit organisch materiaal bestaat. Vaak is 40% nog steeds minerale kunstmest. 

Deze meststoffen bieden voordelen door een snellere werking dan geheel organische meststoffen, maar hebben het nadeel van toch een deel uitspoeling en vormen nauwelijks een stimulans voor het bodemleven.

4 Organische meststoffen

100% organische meststoffen, ook wel natuurlijke of biologische meststoffen genoemd, bestaan uit natuurlijke grondstoffen van dierlijke of plantaardige oorsprong. Deze stoffen worden door het bodemleven omgezet tot opneembare voeding voor de plant. Micro-organismen zorgen ervoor dat de voedingselementen opneembaar worden voor de plant. Organische meststoffen bevorderen dit noodzakelijke bodemleven en verbeteren de bodemstructuur. Het grote verschil met kunstmest is dus dat 100% organische mest de bodem voedt en daardoor de plant. Een essentieel verschil. Want een gezonde bodem met een vol en rijk bodemleven geeft voldoende natuurlijke voeding en vocht voor de plant. Dat zorgt voor gezonde planten met een goede weerstand tegen ziekten en plagen.

Kippenmest en koemest

Kippenmest lost snel op en is daardoor kort werkend. Koemest bevat helaas weinig voeding. Vaak wordt gedacht dat koemest veel voeding bevat omdat het mest heet, echter deze naamgeving komt voort uit het feit dat de koe het produceert, maar het bestaat voornamelijk uit grasresten. Koemest bevat wel veel organisch materiaal. Het bevat echter zo weinig voeding dat er ook met andere middelen bemest moet worden.